🎧 Liever luisteren? Jolanda leest voor
De krekels waren al een kwartier bezig voor iemand er iets over zei. Ze zaten overal tegelijk, in het gras achter de caravan, in de haag naast het sanitairgebouw, en hun geluid steeg op uit de grond alsof de hele camping van Lago Levico er zachtjes van trilde. De lucht was nog warm van de dag, maar koelde met elke tien minuten een graadje af, en boven het water begon de hemel van oranje naar een dieper blauw te schuiven. Bij de caravan ernaast rook het naar citronellakaars, dat scherpe, wasachtige luchtje tegen de muggen, gemengd met de geur van iets dat op een ander terras werd gebakken, knoflook misschien, of gewoon olijfolie in een hete pan.
Papa had de campingstoelen in een halve kring gezet, met de rugleuning naar het meer, en zette het laptopje van Mama op het tafeltje ertussenin, tegen een fles water aan zodat het scherm niet kon omvallen. Het toetsenbord was nog een beetje kleverig van de zonnebrandcrème van eerder die dag. Mama veegde het schoon met de rand van haar sarong voordat ze ging zitten, haar benen over elkaar, een kopje thee dat nog na-stoomde in haar hand.
"Ik heb hem opgeladen bij de receptie," zei Noud, terwijl hij het cameraatje uit zijn rugzak haalde en het kabeltje eruit trok dat ze in Limburg hadden gekocht, negen dagen geleden, in het winkeltje bij de sluis. Het kabeltje zag er inmiddels versleten uit, met een stukje tape om de stekker waar het plastic al een beetje had losgelaten. "Alles staat erop. Elke dag."
"Elke dag?" zei Ties, die op zijn knieën naast de stoel zat en al naar het schermpje tuurde. "Ook de dag dat je de batterij vergat?"
"Die dag heb ik niks gefilmd," zei Noud droog. "Dat weet je best."
"Dan is dat de enige dag zonder bewijs," zei Ties, en hij grijnsde erbij, zoals hij altijd deed wanneer hij dacht dat hij een punt had gescoord.
Roos zat al op Mama's schoot, met het koperkleurige kompasje in haar vuist, zoals ze het al die dagen bij zich had gedragen, om haar nek of in haar zak of, zoals nu, gewoon vastgeklemd in haar hand terwijl ze naar het scherm keek dat nog zwart was. Ze had haar knieën opgetrokken en haar kin erop gelegd, klaar om te kijken, ook al wist ze niet precies waarnaar.
"Gaan we de hele vakantie terugkijken?" vroeg ze.
"De hele vakantie," zei Noud, en hij klonk trots op een manier die hij zelf misschien niet doorhad. Hij sloot het kabeltje aan op de laptop, tikte tweemaal op het scherm, en een map met bestandjes verscheen, genummerd op datum, meer dan zestig filmpjes lang. "Ik ga er thuis een compilatie van maken. Met muziek erbij en alles. Maar dit is de ruwe versie."
"Wat is een ruwe versie?" vroeg Ties.
"Alles, zonder knippen. Precies zoals het gebeurde."
Papa ging op de rand van zijn stoel zitten, met zijn ellebogen op zijn knieën, en keek Noud aan op een manier die niet vaak voorkwam, iets tussen bewondering en verbazing. "Weet je dat je dit negen dagen hebt volgehouden," zei hij. "Elke dag opladen, elke dag opnieuw."
"Ik ben het gewoon niet vergeten," zei Noud, en haalde zijn schouders op, al kon je aan zijn mondhoeken zien dat het compliment landde.
Mama tikte op het eerste bestandje, en het scherm sprong aan met wazig beeld van een trap, gevolgd door een gang, een voordeur, en dan, wankel, een spiegel in een hal waarin een jongen met een camera tegen zijn borst zichzelf filmde.
"Dat ben ik," zei Noud onnodig, "op de dag dat we vertrokken."
"Je neusgaten," zei Ties tevreden. "Kijk, precies wat ik zei."
Het beeld sprong verder, naar de oprit in Tilburg, de caravan, Papa die met zijn duim langs de wielen ging. Mama zat er weer in de deuropening, met een krat vol broodjes die ze zo goed kende dat ze zichzelf op het scherm bijna niet als vreemd zag. Het was gek, dacht ze, hoe negen dagen konden voelen als heel lang en heel kort tegelijk, al zei ze dat niet hardop.
"Spoel maar door naar het kasteel," zei Ties. "Dat wil ik zien."
Noud schoof de balk onder het beeld een stukje op, tot de datum veranderde, en daar verscheen het, gefilmd vanaf de camping in Itter, de late middagzon nog goud over de bomen, en daarachter, half verscholen achter de takken, de torens van Schloss Itter. Het beeld trilde een beetje, want Noud had de camera destijds op zijn borstriem gedragen tijdens het lopen.
"Daar is-ie," zei Papa zacht. "Ons kasteel."
"Vertel het verhaal nog eens," zei Roos, die het al drie keer had gehoord en er nog steeds niet genoeg van kreeg.
Papa hoefde niet lang na te denken. "Vijfde mei negentienhonderdvijfenveertig," zei hij. "Daar beneden zaten Franse mannen gevangen die vroeger heel belangrijk waren geweest in hun land. Amerikaanse soldaten kwamen om te helpen. En de Duitse soldaten die het kasteel bewaakten, gingen op dat moment niet tegen de Amerikanen vechten. Ze gingen naast hen staan."
"En de gevangenen bleven veilig," zei Ties, die het rijtje inmiddels ook uit zijn hoofd kende.
"Precies dat," zei Papa, en keek nog even naar de torens op het scherm voor Noud verder klikte.
Het volgende stukje was van de Hohe Salve, gefilmd vanuit de gondel, met Roos' adem die een wazig plekje op het raam achterliet. Daarna het draaiende terras, de Wilder Kaiser die langzaam uit beeld schoof terwijl een heel ander bergmassief ervoor in de plaats kwam, en dan, plotseling, Ties die met zijn armen als hoorntjes boven zijn hoofd in beeld sprong, zijn tong uitgestoken, zijn ogen scheel getrokken.
"Ik ben een berggeit," riep het schermpje, met het geluid van Ties' eigen stem die nu, negen dagen later, veel jonger klonk dan hij zich herinnerde.
"Dat was jij," zei Noud, wijzend op het scherm.
"Dat ben ik nog steeds," zei Ties, alsof dat wat uitmaakte.
Mama lachte zo hard dat haar thee bijna over de rand klotste, en ze moest het kopje even neerzetten op het tafeltje om niet te morsen. "Die ober met de snor," zei ze. "Weet je nog wat hij vertelde, over de zusjes?"
"Dat komt nog," zei Noud, die alvast een stukje vooruit had gekeken in de bestandjeslijst. "Verderop."
Het volgende fragment was de Kundler Klamm, het water dat wit en schuimend over de stenen schoot, en de rotswanden die zo dicht op elkaar stonden dat het geluid van het water bijna oorverdovend uit de laptopspeaker kwam. Ties, die op het scherm net over een bruggetje liep met twee duimen omhoog, riep vanaf de campingstoel meteen mee met zijn eigen stem op het filmpje.
"Ties Vrenken schiet raak in de Kundler Klamm," galmde het uit de laptop, en de echte Ties, negen dagen ouder, deed het gebaar nog eens over, zijn duimen omhoog tegen de avondlucht.
Daarna kwam het Hexenwasser, het blotevoetenpad, en Roos die met haar tenen diep in de modder stond, haar gezicht in ernstige concentratie, terwijl ze "chocopudding" riep zonder te weten dat de camera al aanstond.
"Ik wist het niet," zei Roos verontwaardigd tegen het scherm, alsof ze zichzelf terecht wilde wijzen. "Ik dacht dat niemand het hoorde."
"Iedereen hoorde het," zei Ties. "De hele camping hoorde het."
"Ook de opa die er stond," zei Mama. "Die moest ook lachen."
Roos sloeg haar handen voor haar gezicht, maar gluurde meteen weer tussen haar vingers door naar het scherm, want ze wilde het toch echt zien.
Toen kwam het stuk dat iedereen, zonder het hardop te zeggen, een beetje had verwacht. Het beeld op het scherm werd anders, groener, hoger, een open weide met korte grassprieten en kleine gele en paarse bloemetjes. De camera bewoog langzaam, voorzichtig, en zoomde in op een rotsblok waarop iets bruins met grijze plukken rechtop zat.
"Daar is hij," fluisterde Roos, met haar neus nu vlak bij het scherm.
Het beeld bleef minutenlang stil op het diertje gericht, dat af en toe aan een grasspriet knabbelde en dan weer opkeek, zijn snorharen trillend in een wind die je op de opname niet kon zien maar wel kon horen, een zacht suizen langs de microfoon. Op de achtergrond klingelde een koebel, ver weg, onregelmatig.
"Hij is nog steeds naamloos," zei Ties, alsof dat hem nu pas weer inviel. "We zijn er nooit uitgekomen."
"Niemand kon iets verzinnen," zei Noud. "Ik ook niet."
"Ik ook niet," zei Papa. "En ik ben toch de vader."
Roos draaide zich half om op Mama's schoot, met het kompasje nog stevig in haar vuist, en keek naar het beeld van het beestje op het scherm alsof ze het een vraag wilde stellen die het toch niet kon beantwoorden.
"Hij wacht gewoon nog," zei ze uiteindelijk, rustig, zoals ze dingen soms zei die verder niemand had zien aankomen. "Op een naam. Van wie dit verhaal ooit hoort."
Het bleef even stil aan tafel, op het geklingel van de koebel op het scherm na.
"Van wie dan?" vroeg Ties, die het niet helemaal volgde.
"Weet ik niet precies," zei Roos, en ze haalde haar schouders op, zoals ze eerder ook had gedaan bij het kompasje in het kistje, alsof dat de meest logische verklaring was die er bestond. "Maar hij wacht. Dat voel ik gewoon."
Papa keek zijn dochter even aan, en toen naar het beeld van de marmot dat nog altijd roerloos op het scherm zat, en zei niets terug, want hij had het gevoel dat er niets bij te zeggen viel dat het beter zou maken. Mama streek over Roos' haar en liet het daarbij, en Noud, die toch stiekem een marmot met een naam mooier vond klinken dan een marmot zonder, knikte langzaam, alsof hij het idee wilde laten bezinken. Buiten de kring van stoelen liep op dat moment een ander campinggezin voorbij, met een hond aan de lijn die aan het gras snuffelde, en niemand van hen had enig vermoeden van het gesprek dat net over een naamloze marmot in de Alpen was gevoerd, hoog boven een dorp dat ze nooit hadden gezien.
Noud klikte door naar het volgende bestandje, en het beeld verspringt naar houten balken tegen een rotswand, een groen dak dat blonk van een regenbui, en op de achtergrond een streep grijze rots met daarin een V-vormige inkeping.
"De hut," zei Ties. "Met de knödelsoep."
"En de blaar op je hiel," zei Mama.
"Die is allang weer goed," zei Ties, alsof hij zich daarvoor wilde verdedigen.
Het filmpje toonde het terras van de Gaudeamushütte in het gouden licht van die avond, de tafels vol wandelaars, en dan, even later, de Kaiserschmarrn die op tafel kwam, dampend, met een dikke laag poedersuiker.
"Hij was echt gescheurd," zei Ties tevreden, zoals hij dat toen ook al had gezegd.
"Dat zei je toen ook al," zei Noud.
"Omdat het toen ook al waar was."
Toen kwam het fragment waar niemand meer om had hoeven vragen, want iedereen wist dat het eraan kwam. Het beeld was donker, wazig, met een grijze waas die van links naar rechts bewoog, en een korte witte flits ergens in het midden. Op de achtergrond klonk vooral ademhaling, hijgerig, dichtbij de microfoon, en de wind die om iets floot dat niet helemaal een raamkozijn leek.
"Daar is-ie," zei Ties. "Het bewijs."
"Het is geen bewijs," zei Noud. "Ik heb het toen ook al gezegd. Het is mist."
"Het is de zusjes," zei Roos, zonder aarzeling.
Ze speelden het fragment nog een keer af, en nog een keer daarna, alle vier met hun hoofd dicht bij het scherm, Papa met zijn bril een stukje op zijn neus geschoven om beter te kunnen turen. Het beeld liet zich niet meer prijsgeven dan de eerste keer, gewoon een grijze waas, een streep licht die kort opdoemde tussen twee rotswanden, en iets wat drie vormen had kunnen zijn, of drie schaduwen, of gewoon mist die zich in de wind plooide.
"Vertel nog eens wat die ober zei," zei Ties tegen Papa. "Bij het draaiende terras."
"Dat zijn oma erover vertelde als het mistig was," zei Papa. "Dat de zusjes soms iets voor je bewaren. Of iets achterlaten, voor wie het verdient."
"En geloof jij het?" vroeg Noud, met zijn ogen nog op het schermpje.
"Ik geloof dat we het hebben gezien," zei Papa langzaam. "Wat het ook was."
"Dat is een slimme manier om geen antwoord te geven," zei Noud, met iets van een grijns.
"Dat is precies wat het is," zei Papa, en hij grijnsde terug.
Niemand op het scherm en niemand aan tafel kwam verder dan dat. Mama keek nog eens naar het beeld, met haar hoofd een beetje schuin, en zei dat het net zo goed licht en wind had kunnen zijn, wat ze toen op de hut ook al had gezegd, en Roos zei, zoals toen, dat het de zusjes waren geweest, en beide antwoorden bleven naast elkaar bestaan zonder dat iemand er verder ruzie over maakte. Ties schoof zijn stoel wat dichter naar de laptop, alsof hij bij een derde keer bekijken misschien toch iets zou zien wat de vorige keren gemist was, maar het beeld bleef precies hetzelfde, grijs, wazig, en niet meer of minder dan dat.
Roos voelde op dat moment iets in haar vuist. Het kompasje, dat de hele avond gewoon koel had aangevoeld tegen haar huid, werd even warm, niet fel, maar duidelijk genoeg om haar te doen opkijken van het scherm.
"Hij doet het weer," zei ze zacht, en ze klapte het deksel open.
De naald, die al die tijd stil naar het noorden had gestaan, zwenkte kort opzij, aarzelde, en gleed toen terug naar waar hij hoorde te staan. Het duurde niet langer dan een paar seconden. Niemand zei dat het iets bijzonders was. Mama legde alleen haar hand even op Roos' knie, en Papa keek op van het scherm, naar het kompasje en weer terug, zonder er iets over te zeggen, en ging dan verder met kijken alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, wat het inmiddels ook een beetje was geworden.
Noud klikte door naar de laatste bestandjes, die van de dagen hier aan het meer. Het board van Papa, turquoise met de streep oranje, dat het water in werd gedragen als een surfplank voor een kampioenschap. Papa die op zijn knieën probeerde overeind te komen, wankelde, en dan zijwaarts het water in klapte met een plons die je op het scherm bijna kon voelen.
"Dat viel je," zei Ties, wijzend naar het scherm, al wist iedereen dat allang.
"Dat was expres," zei Papa, precies zoals hij het toen ook had gezegd. "Testen of het water lekker was."
"En? Was het lekker?" vroeg Noud, ook al kende hij het antwoord.
"Drieëntwintig graden," zei Papa. "Exact zoals op het bordje stond."
Het beeld sprong verder naar Noud zelf op het board, met kleine, snelle stapjes terwijl het wiebelde, en dan naar Ties die languit voorover het water in dook, zijn billen als laatste boven water.
"Ik zag zijn billen," gilde het schermpje met Roos' eigen stem erop, en de echte Roos gilde het nu, negen dagen later, nog een keer mee, zo hard dat een groepje Italiaanse buren twee plekken verderop opkeken van hun avondeten.
Daarna kwam de wandeling naar Levico Terme, het fietspad met de platanen, en de gelateria met de vitrine vol bergen ijs. Op het scherm koos Noud zijn stracciatella, Ties zijn pistache, grijsgroen zoals het volgens Mama hoorde te zijn en niet felgroen zoals in de kraampjes voor toeristen, Roos haar roze aardbeienijs dat precies de kleur van haar zwembroekje had, en Papa zijn twee smaken die tegen elkaar aan smolten in het bakje.
"Ik wil weer ijs," zei Ties, die zijn eigen ijshap op het scherm zag verdwijnen.
"Morgen," zei Mama. "Er is nog een dag over voor het ijssalon."
"Nog maar een dag?" vroeg Roos, die daar even van opkeek.
"Nog een paar dagen hier," zei Papa. "En dan de weg terug."
Niemand zei er verder iets over. Het klonk niet als een slecht bericht en niet als een goed bericht, gewoon als een feit, zoals de datum onder elk filmpje op het scherm gewoon een feit was, en de kinderen namen het aan zoals ze het meeste die vakantie hadden aangenomen, zonder er lang bij stil te staan.
Noud sloot de laptop niet meteen, maar liet het laatste beeld nog even op het scherm staan, het gezin op het bankje bij het kerkplein in Levico Terme, ijsjes in de hand, in de schaduw van de platanen.
"Dit is echt het beste stukje van de dag geweest," zei Ties, die het zich nu ook weer herinnerde. "Weet je nog dat je zei."
"Ik zeg het nog steeds," zei Noud.
Papa stond op, rekte zijn rug even uit met zijn handen in zijn zij, en liep naar de rand van het gras waar het overging in kiezels en dan in het meer. Het water lag er zwart bij in het donker, met alleen hier en daar, ver aan de overkant, de lichtjes van andere campings die als kleine sterretjes tussen de bomen door schemerden. Ergens links, bij de steiger, klonk het zachte klotsen van een golfje tegen de planken, en verder was er alleen het geluid van de krekels, dat nu leek te zijn aangezwollen tot een deken van geluid over de hele camping.
"Kom eens kijken," zei hij.
De anderen kwamen achter hem aan, Mama met Roos nog op haar arm, die inmiddels half sliep maar haar ogen weer opendeed toen ze het gras onder haar voeten voelde. Ze gingen naast elkaar staan aan de waterkant, dicht tegen elkaar, met Ties die zijn hoofd achterover legde om naar de sterren te kijken die stuk voor stuk verschenen naarmate hun ogen aan het donker wenden.
"Ik tel ze," zei Ties, en begon, maar gaf het na twaalf alweer op, net als met de koeien op de heenweg.
"Er zijn er te veel om te tellen," zei Noud.
"Dat weet ik ook wel," zei Ties, "maar tellen is leuk."
Mama zette Roos voorzichtig neer in het gras, waar ze meteen weer rechtop ging staan, met het kompasje nog altijd in haar hand, het deksel dicht nu, koel weer, gewoon een oud stukje koper in het donker.
"Mag ik hem straks weer meenemen naar bed?" vroeg ze aan Mama.
"Zoals altijd," zei Mama.
Roos hield het kistje voor zich, op haar vlakke hand, zoals ze het die eerste ochtend in Tilburg ook had gedaan, toen ze het onder de markiestent vandaan had gehaald. Ze wist niet meer precies hoe lang geleden dat was, negen dagen voelde als heel veel slaapplekken tegelijk, maar het kistje voelde nog precies hetzelfde aan als toen, koel op de ene kant, iets ruwer op de andere, met die kras die nog altijd op een letter leek zonder er een te zijn.
"Denk je dat hij het allemaal heeft gezien?" vroeg ze, tegen niemand in het bijzonder. "Het kasteel, en de berg, en de marmot, en de zusjes?"
"Hij was er steeds bij," zei Papa. "Dus waarschijnlijk wel."
"Dan heeft hij een mooie vakantie gehad," zei Roos tevreden, en ze stopte het kistje terug in haar zak.
Noud had de laptop intussen dichtgeklapt en onder zijn arm genomen, maar bleef nog even bij de anderen aan de waterkant staan, zijn blik over het donkere meer, waar je nu alleen nog de contouren van de bergen aan de overkant kon raden tegen een lucht die net iets lichter was dan de rest.
"Ik ga er echt een compilatie van maken," zei hij, meer tegen zichzelf dan tegen de anderen. "Met muziek erbij. Dan kun je het straks helemaal terugkijken, van begin tot eind, zonder dat je zelf door de datums hoeft te klikken."
"Welke muziek dan?" vroeg Ties.
"Weet ik nog niet. Misschien Lichtje branden. Dat past wel bij het einde, rustig en zo."
Mama neuriede de eerste regel meteen mee, zacht, met haar blik op het water, en na een paar tellen deed Papa er ook een paar tonen bij, niet helemaal zuiver maar met genoeg overtuiging, en Ties viel in met een tekst die hij half verzon omdat hij de echte woorden niet kende. Roos, die de melodie al vaker had gehoord in de auto, zong het laatste stukje mee met haar hoofd tegen Mama's heup, haar ogen alweer bijna dicht.
"Dat vind ik een goed idee," zei Mama tegen Noud, toen het liedje was uitgezongen en alleen de krekels nog over waren. "Voor de compilatie."
"Ik ga hem thuis knippen," zei Noud. "Alle beste stukjes. Het kasteel, de berg, de marmot, de mist, het meer hier."
"En de billen van Ties," zei Roos, met haar ogen dicht al giechelend.
"Die knip ik er sowieso in," zei Noud, en Ties, in plaats van boos te worden, stak alleen zijn duim omhoog, precies zoals hij dat op zoveel van de filmpjes had gedaan.
"Goed gedaan, Noudie," zei Papa, en hij legde zijn hand even op Nouds schouder, niet lang, maar lang genoeg. "Al die dagen filmen. Dat is niet niks."
"Het was ook niet moeilijk," zei Noud, al bloosde hij een beetje in het donker waar niemand het goed kon zien. "Er gebeurde gewoon steeds iets."
Ze bleven nog een tijdje staan, de vijf van hen, met het meer stil voor zich en de bergen als donkere vormen tegen een hemel vol sterren die elke minuut een beetje scherper werden. Ergens verderop klonk het gelach van een ander gezin dat nog laat aan het avondeten zat, gevolgd door het geluid van een stoel die over kiezels schraapte. De citronellakaars bij de caravan brandde nog na, een klein flakkerend puntje licht dat je vanaf hier nauwelijks kon zien.
"Nog een paar dagen," zei Papa uiteindelijk, zacht, meer een constatering dan een aankondiging.
"En dan naar huis," zei Ties, die het niet per se erg leek te vinden, gewoon vaststellend, zoals hij dat met de meeste dingen deed.
"Eerst nog een paar dagen hier," zei Mama. "Er is nog genoeg meer om in te zwemmen."
Roos zei niets meer. Ze was tegen Mama's heup in slaap gevallen, met het kompasje nog in haar hand, de naald ergens in het donker rustig naar het noorden wijzend, zoals een kompasje na een volle dag hoort te doen. Papa tilde haar op, voorzichtig, zodat ze niet wakker werd, en droeg haar de laatste meters naar de caravan, langs het tafeltje waar de laptop weer op lag te wachten tot Noud hem morgen misschien nog een keer zou openklappen, voor nog een stukje, voor nog een dag.
Boven de camping stond de hemel inmiddels vol sterren, meer dan Ties ooit had kunnen tellen, en beneden lag het meer van Levico er zwart en stil bij, wachtend op de volgende ochtend, wanneer het weer die kleur groenblauw zou krijgen die je van geen enkele foto goed kon terugzien. Het VrenkenTeam klom de caravan in, moe van een dag die eigenlijk niet veel bijzonders had gehad behalve het terugkijken zelf, en nog voor de laatste deur goed en wel dicht was, sliep Roos al verder, met haar vuist nog om het kistje geklemd, en de rest van het gezin volgde kort daarna, met de krekels die buiten gewoon doorgingen, de hele nacht, alsof er nog van alles te vertellen viel.