Zomer ’26
🏄 Hoofdstuk 9 van 10

Het board dat nog nooit nat was geweest

🎧 Liever luisteren? Jolanda leest voor

⬇ mp3

Er lag die ochtend iets nieuws op het gras naast de caravan, in een lange platte tas met een rits die vastzat van de winkelverpakking. Papa had hem de avond ervoor uit de auto getild en er niets over gezegd, wat bij de kinderen meteen argwaan wekte. Ties was er als eerste bij, op blote voeten over het gras dat nog vochtig was van de dauw, en trok aan de rits tot hij eindelijk losschoot.

"Een SUP," riep hij, en zijn stem sloeg een beetje over. "Een gloednieuwe SUP!"

Het board dat tevoorschijn kwam was opgevouwen als een dikke slaapmat, blauw met een streep wit en een lichtgroene print van golven over de neus. Aqua Marina Fusion stond er in witte letters op zijn zijkant, met een klein vlagje van het merk vlak bij de handgreep in het midden. Roos streek er met haar vingers overheen alsof ze wilde checken of het echt was.

"Het is nog helemaal droog," zei ze. "Dat is raar voor iets dat zo heet."

Noud had de handpomp er al uitgehaald en las de instructies op het los meegeleverde kaartje, zijn wenkbrauwen samengetrokken zoals hij altijd deed bij dingen die stap voor stap moesten. Er zaten een riem bij, een leash met een klittenbandje voor om de enkel, en een peddel die uit drie stukken in elkaar geschroefd moest worden. Mama rolde het board uit op het gras bij de waterkant en het voelde meteen anders dan ze verwacht had, stugger dan een luchtbed, met een ruw korrelig oppervlak aan de bovenkant dat een beetje aan schuurpapier deed denken.

"Dat is zodat je er niet vanaf glijdt," legde Papa uit terwijl hij het ventiel losdraaide. "Grip."

Het oppompen ging langzamer dan iedereen dacht. Noud nam de eerste beurt en duwde de pomp met zijn hele lichaamsgewicht naar beneden, weer omhoog, weer naar beneden, tot zijn armen begonnen te trillen. Bij de dertigste keer gaf hij het over aan Ties, die er in een paar tellen een wedstrijdje van maakte door hardop te tellen en steeds sneller te pompen tot Papa zei dat hij rustiger aan moest doen, anders sloeg hij de manometer eraf. Het board werd met elke slag iets steviger, iets platter, tot het niet meer inzakte onder een hand die erop drukte en de vorm van een echte plank had aangenomen, twee vingers dik, met een gestroomlijnde neus en een platte staart.

Roos zat intussen op een steen aan de rand van het water met het kompasje in haar hand. Ze had het uit haar broekzak gehaald zodra ze zag dat er water in het spel kwam.

"Jij kan niet zwemmen," zei ze er zachtjes tegen, en ze stopte het in het kleine waterdichte tasje dat Mama altijd meenam voor telefoons en sleutels. "Blijf jij maar hier droog liggen, dan hou ik je zo weer bij me."

Het meer lag er die ochtend bijna glad bij, een lichte rimpeling hier en daar waar een zuchtje wind overheen streek, en de bergen aan de overkant weerspiegelden vaag in het water zodat de kleuren net iets zachter leken dan in het echt. Het water van Meer van Levico stond bekend als schoon, met een Blauwe Vlag die de camping al sinds 2013 mocht voeren, en toen Ties er als eerste met zijn tenen in ging voelde hij meteen waarom. Drieëntwintig, misschien vierentwintig graden, precies genoeg om verkoeling te zijn zonder een schok.

"Lekker," zei hij, en meteen daarna: "Wie mag er als eerste op?"

Daar was over nagedacht, bleek, want Papa had een volgorde in zijn hoofd die niemand hardop had uitgesproken maar die iedereen wel logisch vond zodra hij hem noemde. Noud eerst, om te wennen, dan Ties, dan de kleintjes samen met een van de ouders. Ties trok een gezicht maar zei niets, want hij wist dat protesteren tijd kostte en tijd was het enige waar hij nu niet van had.

Noud liep het board het ondiepe water in, de leash al om zijn enkel geklikt zoals op het kaartje stond, en zette voorzichtig een knie op het midden van de plank. Het board wiebelde meteen alle kanten op, alsof het leven in zich had, en hij greep de zijkanten vast met beide handen om niet meteen weer in het water te vallen.

"Rustig aan," zei Papa, die tot zijn knieën in het water stond en het board met een hand vasthield. "Eerst op je knieën, dan pas staan."

Noud knikte, zijn kaak stijf van concentratie, en schoof zichzelf op zijn knieën naar het midden van de plank. Daar bleef hij even zitten wiebelen, zijn handen plat op het oppervlak, tot het board tot rust kwam en hij voorzichtig een voet onder zich trok. Toen de andere. Hij kwam half overeind, zijn armen wijd als vleugels, zijn ogen strak op het water voor hem gericht, en voor een moment leek het te gaan lukken.

Toen sloeg het board opzij en ging hij kopje-onder met een enorme plons, zijn armen nog in de lucht toen hij het water raakte. Ties barstte in lachen uit, zo hard dat hij bijna zelf omviel op de kant, en Roos gilde van plezier vanaf de steen waar ze zat.

"Dat telt niet," riep Noud, proestend, water uit zijn haar schuddend terwijl hij weer overeind kwam in het ondiepe water. "Ik was er bijna."

"Je stond er wel echt op, heel even," zei Mama, die het met haar handen boven haar ogen tegen de zon in had staan bekijken. "Dat telt juist wel."

Noud klom terug op het board, deze keer met iets minder haast, en begon opnieuw. Op zijn knieën, wachten tot de wiebel wegtrok, dan een voet, dan de andere. De tweede poging eindigde ook in het water, maar dichterbij bij overeind blijven dan de vorige keer, en de derde keer stond hij een paar tellen echt rechtop voor hij zijn evenwicht verloor en er weer afgleed, deze keer meer zittend dan vallend. Hij gaf niet op. Dat deed hij nooit, en Papa zag het aan de manier waarop zijn zoon elke keer weer op het board klom zonder te klagen, zijn lippen op elkaar geperst, zijn ogen op het punt aan de horizon waar hij zijn blik op vestigde om zijn evenwicht te vinden.

Bij de zesde poging stond hij. Echt stond hij, zijn knieën licht gebogen, de peddel nog niet eens in zijn handen omdat hij die simpelweg was vergeten op te pakken, zijn armen zijwaarts voor balans. Het board dreef langzaam een stukje van de kant af en Noud stond daar midden op het meer, wiebelend maar rechtop, zijn gezicht een en al concentratie tot het langzaam overging in een grijns.

"Kijk!" riep hij, zonder zijn hoofd te bewegen uit angst zijn evenwicht te verliezen. "Kijk dan!"

"We kijken allemaal," lachte Mama.

Noud kon zijn arm niet opsteken om te zwaaien zonder om te vallen, dus bleef hij gewoon staan, zijn tenen die de ruwe korrel van het board voelden, het water dat zachtjes tegen de zijkanten van de plank klotste, tot het evenwicht hem uiteindelijk toch ontglipte en hij er lachend vanaf viel, deze keer met opzet bijna, achterover in het water.

Ties was intussen al tot aan zijn middel het water in gelopen, wachtend tot het board weer vrij was. Hij greep de peddel voordat hij er zelfs maar op klom, want hij was niet van plan om eerst rustig te wennen.

"Ik ga meteen staan," zei hij tegen niemand in het bijzonder. "En dan ga ik een trucje doen."

Het ging anders. Ties duwde zich met een sprong half op het board, verloor zijn evenwicht voor hij zelfs maar op zijn knieën zat, en gleed er finaal af aan de andere kant met een plons die een golf water over Roos' benen stuurde, die inmiddels dichterbij was komen staan om te kijken.

"Dat was geen trucje," riep ze, gierend van het lachen.

"Dat was de opwarming," riep Ties terug, zonder een spoor van gêne, en hij klom weer op het board. Deze keer probeerde hij het via zijn knieën, zoals Noud had gedaan, maar zodra hij voelde dat het board stabiel lag wilde hij meteen door naar staan, zonder de tussenstap rustig af te maken. Hij kwam overeind, wiebelde hevig, greep naar de peddel voor steun en viel er zijwaarts af, de peddel nog in zijn hand toen hij het water raakte.

Zo ging het een paar keer. Ties was sportief genoeg om telkens snel weer boven te komen en terug te klimmen, maar zijn haast zat hem in de weg. Pas toen hij noodgedwongen langzamer aan deed, op aandringen van Papa die riep dat hij eerst maar eens gewoon moest blijven staan voor hij aan trucjes dacht, lukte het hem om overeind te komen en een paar seconden stil te blijven staan. Zijn armen schokten mee met elke kleine golf, zijn tenen grepen zich vast aan het ruwe oppervlak, en toen hij voelde dat het lukte, riep hij meteen: "Nu ga ik peddelen!"

Hij zette de peddel in het water aan zijn rechterkant en trok, en het board schoot inderdaad een stukje vooruit, wat hem zo verraste dat hij zijn evenwicht weer kwijtraakte en achterover het meer in kukelde, deze keer met de peddel die los kletterend naast hem in het water viel.

"Dat scheelde niet veel," zei hij hoestend, terwijl hij water uit zijn neus proestte.

Noud, die intussen weer op de kant zat om op adem te komen, riep vanaf de steen: "Je moet echt eerst blijven staan voor je gaat peddelen, Ties."

"Bemoei je er niet mee, Noudemans," riep Ties terug, maar met een grijns die zijn woorden meteen ontkrachtte.

Roos had ondertussen ongeduldig op de kant staan wachten, haar armen over elkaar, haar blote voeten in het zachte zand net onder de waterlijn. Toen het eindelijk haar beurt was stak ze haar armen omhoog naar Papa, in plaats van zelf het water in te lopen.

"Ik wil met jou," zei ze. "Jij mag peddelen, ik ga zitten."

Papa tilde haar op het board, waar ze meteen in kleermakerszit ging zitten op het voorste deel, haar handen plat op de ruwe korrel naast haar benen, en Papa klom er voorzichtig achter haar op, zijn knieën diep gebogen om het board zo stabiel mogelijk te houden. Hij peddelde eerst een tijdje zittend, de peddel over en over door het water halend, tot ze een eindje van de kant waren en het meer om hen heen kalm lag, de zon die kleine lichtflitsjes op het water liet dansen.

"Nu sta ik op," zei Papa, en langzaam, met Roos die zich als tegengewicht stilhield, kwam hij overeind. Het board wiebelde onder zijn gewicht, veel meer dan onder dat van de kinderen alleen, maar hij vond zijn evenwicht en peddelde rustig door, grote rustige halen die het board in een rechte lijn over het water stuurden.

"Kijk eens hoe ver we al zijn," zei Roos, kijkend naar de kant waar Ties inmiddels weer op het droge stond te wachten op zijn volgende beurt en Mama met haar hand zwaaide.

"Wil je proberen zelf te staan?" vroeg Papa. "Heel even, dicht bij de kant, met mij erbij."

Roos dacht er even over na, haar hoofd schuin, en knikte toen. Ze lieten zich terugpeddelen tot het water maar tot hun knieën kwam, dichtbij genoeg dat Roos met een paar stappen weer op het droge kon staan als ze viel. Papa hield het board vast terwijl Roos overeind kwam, haar armen wijd, haar kleine voeten die zich vastklemden aan de ruwe korrel van de plank. Ze stond, wiebelend, giechelend van de spanning, haar ogen groot.

"Ik sta," fluisterde ze, alsof praten haar evenwicht in gevaar zou brengen.

"Je staat echt," zei Papa, die het board met beide handen bleef vasthouden.

Ze bleef er misschien tien tellen op staan voor ze met een gilletje van de lach in het ondiepe water plofte, waar ze meteen weer overeind kwam, haar haar plakkend tegen haar wangen, water dat van haar kin drupte.

"Nog een keer," zei ze meteen, en dat deden ze, drie keer achter elkaar, telkens net iets langer voor ze viel of er zelf weer afsprong.

Noud filmde inmiddels een deel van dit alles met zijn actioncam, die hij op een klein statiefje aan de rand van het board had geklemd zodra hij zelf even pauzeerde. Het beeld schudde mee met elke golf en er kwamen af en toe kleine spatjes water op de lens terecht, wat volgens de doos geen probleem was, en Noud veegde de lens schoon met de zoom van zijn shirt tussen de opnames door.

"Voor de vlog," zei hij, terwijl hij het beeld terugkeek op het schermpje, Ties die op de achtergrond in het water plonsde, Roos die gilde van plezier. "Dit wordt een goeie."

"Film me dan als ik mijn record ga breken," riep Ties, die zich alweer op het board had gehesen.

"Welk record?" vroeg Noud droog.

"Het record voor langste tijd rechtop op een SUP in dit gezin," zei Ties, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. "Dat record bestaat nog niet. Dus als ik nu twintig seconden sta, heb ik het record."

"Dat is dan wel een laag record," zei Noud, maar hij richtte de camera toch op zijn broer.

Ties ging staan, wankelde hevig de eerste paar tellen, maar vond toen zijn evenwicht en bleef, zijn knieën licht gebogen, zijn armen bijna stil naast zijn lichaam. Vijf tellen, tien, vijftien. Bij twintig tellen riep hij triomfantelijk "twintig!" en verloor daarmee meteen zijn concentratie en dus zijn evenwicht, en viel achterover het water in met een plons die een applausje van Roos opleverde.

"Nieuw record," riep hij vanuit het water, zijn vuist in de lucht. "Al is het wel het enige record."

Na een uur oefenen, vallen en weer opklimmen begon iedereen het gevoel te krijgen. Noud kon inmiddels een stukje peddelen zonder te vallen, kleine gestage halen die het board in een rechte koers over het water hielden. Ties kon staan zolang hij zijn mond hield en niet ging juichen, wat voor hem de moeilijkste opgave van de dag bleek. En Roos had, met hulp, drie keer zelfstandig gestaan, wat haar zo trots maakte dat ze het aan iedereen die langsliep op de camping wilde vertellen.

Tegen het middaguur, toen de zon recht boven het meer stond en het water leek te fonkelen bij elke kleine rimpeling, gingen ze er met zijn allen op uit. Niet allemaal tegelijk op het board, want dat zou het meteen doen kapseizen, maar om de beurt, met de anderen zwemmend of drijvend ernaast in het water dat inmiddels aangenaam warm aanvoelde na een ochtend zon. Mama peddelde een rondje met Roos voorop, die haar handen door het water liet slepen en giechelde bij elke kleine golf die tegen haar vingers klotste. Noud peddelde een stukje verder het meer op, alleen, zijn silhouet klein tegen de bergen aan de overkant, tot hij omkeerde en terugkwam met een gezicht dat straalde van iets wat niet alleen de zon was.

"Ik kan het echt," zei hij tegen niemand in het bijzonder toen hij weer bij de anderen aanlegde. "Ik kan gewoon peddelen zonder eraf te vallen."

"Dat zag ik," zei Papa. "Goed gedaan."

Ties probeerde nog een paar keer een trucje, waaronder een poging om op één been te staan die eindigde met een spectaculaire val achterover, armen en benen alle kanten op, en een poging om vanuit zittende positie in één beweging op te staan die bijna lukte maar toch weer in het water eindigde. Bij de zesde poging, tot ieders verbazing inclusief die van hemzelf, lukte het echt, en hij stond daar even stil te stralen voor hij, deze keer verstandig, langzaam weer ging zitten in plaats van te juichen.

"Zag je dat?" vroeg hij aan Noud, die zijn camera er weer bij had gehaald.

"Ik heb het," zei Noud. "Helemaal op beeld."

Ergens rond die tijd kwam er vanaf het strandje bij de camping-bar muziek aanwaaien, niet hard, meer een achtergrondgeluid dat meedreef met de wind, een liedje dat Papa herkende als Waterdicht en dat hij zachtjes meezong terwijl hij op de kant zat met zijn voeten in het water. Roos neuriede de melodie mee zonder de tekst te kennen, haar hoofd wiegend op de maat, terwijl ze met haar tenen kleine kringen in het zand onder water tekende.

Het kompasje bleef die hele ochtend veilig in het waterdichte tasje, tussen de handdoeken op de kant, en Roos checkte er af en toe naar alsof ze bang was dat het toch stiekem het water in was gesprongen. Elke keer als ze het weer terugvond, warm van de zon die op het tasje had geschenen, leek ze gerustgesteld en ging ze verder met kijken naar haar broers.

Tegen het einde van de ochtend had het hele gezin een gevoel gekregen voor het board, elk op zijn eigen manier. Het lag inmiddels vol met natte voetafdrukken op de ruwe bovenkant, de blauwe kleur donkerder waar het water was opgedroogd in vlekken, de leash die los in het water bungelde tussen de pogingen door. Iedereen was op zijn eigen manier nat geworden, moe geworden, en tevreden geworden.

's Middags, na een lunch met brood en kaas onder de parasol waarbij niemand veel zei omdat iedereen moe was van het zwemmen en peddelen, gingen ze er nog een laatste keer met zijn allen op uit voor het echt heet werd. Deze keer probeerden ze om beurten steeds iets langer te blijven staan, wie het langst kon blijven zonder z'n evenwicht te verliezen, en het werd een spelletje zonder dat iemand het zo had genoemd. Noud won de eerste ronde met bijna een minuut rechtop staan. Ties won de tweede door, tegen zijn eigen aard in, heel rustig en beheerst te blijven staan zonder ook maar een keer te juichen, tot hij na anderhalve minuut zelf in de lach schoot om zijn eigen geduld en alsnog omviel. Roos sloeg het spelletje over en wilde alleen nog een keer, heel dichtbij de kant, zelfstandig staan, en deze keer bleef ze er twintig tellen op staan voor ze er lachend afsprong, wat volgens haar net zo goed telde als een record.

Tegen vier uur waren ze allemaal moe, de goede soort moe die je krijgt van een dag in de zon en het water, en ze lieten het board leeglopen op de kant, het ventiel dat met een sissend geluid de lucht eruit liet, het board dat langzaam plat werd en zijn stugge vorm verloor tot het weer op te vouwen was zoals het uit de tas was gekomen. Noud rolde het zorgvuldig op, precies zoals op het kaartje stond, en stopte het terug in de tas met een tevredenheid die verder ging dan alleen netjes opruimen.

De avond viel langzaam over Levico, de zon nog hoog genoeg om warmte te geven maar al laag genoeg om een gouden gloed over het water te leggen, en het gezin liep vanaf de camping het korte stukje naar een ijssalon in de buurt, hun haar nog vochtig van het zwemmen, hun huid een beetje rood van de zon op hun schouders. Bij de gelateria stonden de bakken ijs in rijen achter het glas, elk in een andere kleur, met kleine plastic naamplaatjes ervoor in het Italiaans.

"Ik wil pistache," zei Noud meteen, zonder te twijfelen, wijzend naar de lichtgroene bak.

Ties bekeek de rijen langer, zijn neus bijna tegen het glas, tot hij koos voor stracciatella, de witte bak met de donkere chocoladesplinters erdoorheen, en er meteen aan toevoegde dat hij er ook nog een bolletje nocciola bij wilde, de bruinige bak met hazelnoot.

"Twee smaken," zei Papa. "Dat mag."

Roos twijfelde het langst, haar vinger die langs het glas gleed van bak naar bak, tot ze uiteindelijk koos voor limone, de felgele bak, met daarnaast een bolletje fragola, het roze ijs met stukjes aardbei erin.

"Dat is zuur en zoet tegelijk," legde ze uit aan niemand in het bijzonder, alsof het een doordachte strategie was.

Ze gingen met hun hoorntjes naar een bankje net buiten het dorpje, met uitzicht over het meer waar ze die ochtend nog op hadden gestaan en gevallen en weer opgestaan. Het water lag er nu roerloos bij, de bergen die er in spiegelden, een enkele zeilboot die traag over het oppervlak gleed. Het ijs smolt sneller dan iedereen kon likken in de warmte van de vroege avond, en er drupte een straaltje pistache over Nouds vingers dat hij snel opving met zijn tong voor het op zijn broek kon vallen. Ties at zijn stracciatella met kleine hapjes, alsof hij het record wilde breken voor langzaamst ijsje eten, tot Roos hem plaagde dat het straks helemaal gesmolten was voor hij er klaar mee was.

"Dat maakt niet uit," zei hij. "Dan drink ik het gewoon op."

Roos likte haar limone-ijsje met kleine tevreden geluidjes, haar tong die af en toe een roze veeg fragola meenam, haar handen een beetje plakkerig van het smeltende ijs dat langs het hoorntje naar beneden liep. Ze had het kompasje weer terug in haar broekzak, droog en veilig, en haalde het er tussen twee hapjes ijs door even uit om te kijken of het nog goed lag.

"Vandaag is het niet warm geworden of gaan zwenken," zei ze, het metaal even tegen haar wang houdend. "Maar het heeft ook niks hoeven doen. Het was al een heel goede dag."

Mama zat naast haar met haar eigen ijsje, een bolletje pistache en een bolletje limone, kijkend naar het meer waar de laatste zwemmers van de dag nog wat rondjes trokken vlak bij de oever. Papa had voor zichzelf simpelweg twee bollen stracciatella genomen en at ze zwijgend op, zijn blik ook op het water, met de tevreden stilte van iemand die weet dat hij een goede dag achter de rug heeft.

"Morgen weer SUPpen?" vroeg Ties, zijn mond nog vol ijs.

"Morgen weer SUPpen," zei Papa. "Als jullie tenminste eerst je spieren laten uitrusten. Ik voel mijn armen al niet meer."

Noud lachte, zijn hoorntje bijna leeg, een klein streepje pistache nog in zijn mondhoek, en keek nog een keer terug naar het meer alsof hij het beeld wilde vasthouden voor de nacht. Het water lag er stil bij, de bergen donkerder wordend tegen de lucht die langzaam van blauw naar oranje verkleurde, en ergens in de verte klonk nog zachtjes muziek vanaf de camping-bar, te ver weg om de tekst te verstaan maar dichtbij genoeg om de melodie mee te neuriën.

↑ Overzicht ← Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 10 →
⬇ Het hele boek als Word-document
Heenreis Oostenrijk Italië Terugreis Streken Voorleesverhaal Live Woordjes Praktisch Links